Citaat | Hoge Raad 19 november 2004

Alinea 35 Hoge Raad 19 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 19 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ3055.

3.3.2 Dit betoog is in zoverre juist dat de strekking van de eis van registratie in hoofdzaak deze is dat komt vast te staan dat de onderhandse akte is totstandgekomen uiterlijk op de dag van de, op het geregistreerde stuk aangetekende, registratie, zodat antedatering wordt tegengegaan (vgl. HR 14 oktober 1994, nr. 15587, NJ 1995, 447, en HR 29 juni 2001, nr. C99/296, NJ 2001, 662), en dat dit doel ook zou kunnen worden bereikt door het opmaken van een notariële akte van depot van de onderhandse akte. Hierin kan evenwel geen rechtvaardiging worden gevonden om, in afwijking van de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever, die meende "dat de eis van registratie mede een psychologische rem zal vormen om tot het opmaken van valse akten te komen, nu deze eis dwingt de akte onmiddellijk in handen van de inspectie der registratie te stellen" (Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), blz. 1330), te aanvaarden dat een stil pandrecht ook kan worden gevestigd door het opmaken van een notariële akte van depot van een onderhandse pandakte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dca2a9fad170a0e795f22ec8ccd1029cac5d0e6bff6a365099cd91fcda71adda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dca2a9fad170a0e795f22ec8ccd1029cac5d0e6bff6a365099cd91fcda71adda, en de alinea staat in dat document op bytes 9936 tot 10990.