Citaat | Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 42 Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR0309.
Art. 3:309 BW houdt in, voorzover hier van belang, dat een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van de vordering als met de persoon van de ontvanger is bekend geworden. [Eiseres] heeft gesteld dat zij meende dat meergenoemd bedrag op de "en/of"-rekening was geparkeerd en dat zij haar vordering tot teruggave geldend wilde maken in het kader van de afwikkeling van de erfenis van [betrokkene 2]. Tegen deze achtergrond is het oordeel van het hof dat de bekendheid van [eiseres] met de overboeking impliceerde dat zij bekend was met de vordering uit onverschuldigde betaling, onbegrijpelijk. In de optiek van [eiseres] bestond immers ten tijde van de overboeking wel een rechtsgrond daarvoor, nu zij beheer van het geld via de "en/of"-rekening beoogde. In zoverre slaagt de klacht dus.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e34ae56bce7031e3adbb6d3dc050c00c23f5cc77bc1575e33742438389a43b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e34ae56bce7031e3adbb6d3dc050c00c23f5cc77bc1575e33742438389a43b2, en de alinea staat in dat document op bytes 13504 tot 14432.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e34ae56bce7031e3adbb6d3dc050c00c23f5cc77bc1575e33742438389a43b2 | shasum -a 256