Citaat | Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 43 Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR0309.

Ten aanzien van de vordering uit onrechtmatige daad geldt art. 3:310 lid 1 BW, dat, voorzover hier van belang, bepaalt dat de vordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Voor de aanvang van de verjaringstermijn van de schadevergoedingsvordering is derhalve van belang op welk moment [eiseres] bekend is geworden met het feit dat [verweerder] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. [Eiseres] heeft gesteld dat zij pas in 2001 ermee bekend is geworden dat [verweerder] zich het bedrag heeft toegeëigend door het van de "en/of"-rekening af te halen. Het oordeel van het hof dat voor het bepalen van de aanvang van de verjaringstermijn uitgegaan moet worden van de bekendheid van [eiseres] met de overboeking in januari 1995, is derhalve onbegrijpelijk. Ook in zoverre is de klacht terecht voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e34ae56bce7031e3adbb6d3dc050c00c23f5cc77bc1575e33742438389a43b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e34ae56bce7031e3adbb6d3dc050c00c23f5cc77bc1575e33742438389a43b2, en de alinea staat in dat document op bytes 14440 tot 15429.