Citaat | Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 45 Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR0309.
3.4 Onderdeel 3 is, blijkens de toelichting, gericht tegen de verwerping door het hof van de stelling van [eiseres] dat [verweerder] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door meergenoemd bedrag te onttrekken aan de "en/of"-rekening. Het hof heeft - in de hiervoor weergegeven rov. 5.7 - overwogen, kort gezegd, dat [eiseres] niet kan klagen over die onttrekking, omdat zij niet gemotiveerd heeft gesteld dat zij betaler dan wel rechthebbende is van het bedrag dat ten laste van de "en/of"-rekening aan [verweerder] is betaald. Dit oordeel is onbegrijpelijk, nu [eiseres] heeft gesteld dat het van haar afkomstige geld op die rekening was geparkeerd en dat zij haar vordering in het kader van de afwikkeling van de erfenis van [betrokkene 2] geldend wilde maken. Niet valt in te zien waarom de onttrekking van het geld aan de rekening jegens haar niet als een onrechtmatige daad zou kunnen worden aangemerkt. Onderdeel 3 is dus terecht voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e34ae56bce7031e3adbb6d3dc050c00c23f5cc77bc1575e33742438389a43b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e34ae56bce7031e3adbb6d3dc050c00c23f5cc77bc1575e33742438389a43b2, en de alinea staat in dat document op bytes 15796 tot 16760.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e34ae56bce7031e3adbb6d3dc050c00c23f5cc77bc1575e33742438389a43b2 | shasum -a 256