Citaat | Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 33 Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1049.
3.2 In het onderhavige geding heeft [eiser] vergoeding voor reistijd en voor reiskosten gevorderd over de periode 1992 tot 1 juli 1998. In hoger beroep heeft hij de periode waarover hij deze vergoeding vorderde, beperkt tot de periode van 20 mei 1992 tot 1 januari 1995 en heeft hij betaling gevorderd van ƒ 23.909,03 bruto, subsidiair ƒ 7.276,66 bruto als vergoeding voor reistijd, en ƒ 3.211,27 netto, subsidiair ƒ 1.764,84 netto als vergoeding voor reiskosten. [eiser] heeft met een beroep op art. 38 ("Reistijden- en reiskostenregeling") van de CAO in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (hierna: de CAO), aan zijn vordering, voor zover in cassatie van belang, ten grondslag gelegd dat voor de berekening van de reistijd niet alleen dient te worden uitgegaan van de dienstregeling van het openbaar vervoer, maar ook rekening moet worden gehouden met looptijden van huis naar halte, nu in de CAO nadrukkelijk is bepaald dat onder totale reistijd wordt verstaan de reistijd van huis naar werkobject en vice versa, vermeerderd met de eventuele reistijd van het ene werkobject naar het andere. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen en de rechtbank heeft het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdaddaaf188fe37106979cf61269a9013c690f75139a2ea4ec16732a64dfda2c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdaddaaf188fe37106979cf61269a9013c690f75139a2ea4ec16732a64dfda2c, en de alinea staat in dat document op bytes 7865 tot 9093.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdaddaaf188fe37106979cf61269a9013c690f75139a2ea4ec16732a64dfda2c | shasum -a 256