Citaat | Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 41 Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1049.

Als uitgangspunt voor de uitleg van de bepalingen van de CAO geldt dat in beginsel de bewoordingen daarvan en eventueel van de daarbij behorende schriftelijke toelichting, gelezen in het licht van de gehele tekst van de overeenkomst, van doorslaggevende betekenis zijn. Daarbij komt het niet aan op de bedoelingen van de partijen bij de CAO, voor zover deze niet uit de CAO-bepalingen en de toelichting kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de CAO en de toelichting zijn gesteld. Bij deze uitleg kan onder meer acht worden geslagen op de elders in de CAO gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Vgl. HR 31 mei 2002, nr. C00/186, NJ 2003, 110. Opmerking verdient dat (onder meer) art. 38 van de CAO algemeen verbindend is verklaard van 22 augustus 1992 tot 31 december 1992, van 14 januari 1993 tot 28 februari 1993 en van 12 november 1993 tot 31 december 1994. Dit brengt mee dat deze bepaling als recht in de zin van art. 79 RO moet worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdaddaaf188fe37106979cf61269a9013c690f75139a2ea4ec16732a64dfda2c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdaddaaf188fe37106979cf61269a9013c690f75139a2ea4ec16732a64dfda2c, en de alinea staat in dat document op bytes 10692 tot 11831.