Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 37 Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1289.

3.2 De vordering van [verweerder] strekt, voorzover in cassatie nog van belang, ertoe deze geldsom, vermeerderd met rente en kosten, op grond van de voormelde overeenkomsten op [eiser] c.s. te verhalen. [Eiser] c.s. hebben, voorzover in cassatie nog van belang, als verweer aangevoerd dat [verweerder] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering omdat hij alle activa en passiva van zijn eenmanszaak, en derhalve ook de bankgaranties c.a., heeft ingebracht in de op 30 maart 1995 door hem opgerichte vennootschap [B] B.V. (verder: [B] B.V.) zodat niet [verweerder], maar [B] B.V. een vordering op [eiser] c.s. heeft. De rechtbank heeft dit verweer verworpen omdat "inbreng" in een besloten vennootschap geen eigendom doet overgaan en [eiser] c.s. desgevraagd hebben verklaard niet met enige cessie bekend te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbe2a2da7350caab715c11defc7ce580491aaf8cef7c436101850929377dda59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbe2a2da7350caab715c11defc7ce580491aaf8cef7c436101850929377dda59, en de alinea staat in dat document op bytes 8436 tot 9276.