Citaat | Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 39 Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1739.

3.3 De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat de verjaring van de onderhavige vordering tot schadevergoeding wordt beheerst door art. 3:310 lid 1 BW. Vervolgens heeft de rechtbank in rov. 3.4 geoordeeld dat de in dat artikel bedoelde verjaringstermijn van vijf jaar is aangevangen in mei 1987, omdat toen sprake was van subjectieve bekendheid van [eiser] zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon. Daartoe overwoog de rechtbank dat in mei 1987 de bedrijfsvereniging de achteraf ten onrechte niet uitgekeerde uitkering ingevolge de AAW en de WAO heeft uitbetaald en dat toen betaling van de wettelijke rente achterwege bleef. Vanaf dat moment wist [eiser] derhalve dat geen rente werd vergoed en was hij derhalve bekend met de schade. [eiser] was op die dag eveneens bekend met de persoon van degene die de schade had veroorzaakt, zijnde [verweerder]. Dat [eiser] er wellicht op dat moment niet van op de hoogte was dat voor de verschuldigdheid van de wettelijke rente op grond van art. 1286 (oud) BW aanzegging was vereist, doet daaraan volgens de rechtbank niet af, omdat noch uit de tekst van art. 3:310 lid 1 BW noch uit de daarop betrekking hebbende wetsgeschiedenis valt op te maken dat het begrip "bekend" niet feitelijk maar juridisch dient te worden ingevuld. De rechtbank concludeerde dat de in mei 1987 aangevangen verjaringstermijn ten tijde van de inleidende dagvaarding van 4 augustus 2000 al lang was verstreken, zodat het beroep op verjaring gegrond is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bad27b4d145fc1a9c11ab255d89039cba6add80357974e706281fa371b62e009. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bad27b4d145fc1a9c11ab255d89039cba6add80357974e706281fa371b62e009, en de alinea staat in dat document op bytes 9896 tot 11404.