Citaat | Hoge Raad 16 november 2004

Alinea 29 Hoge Raad 16 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1960.

De raadsvrouwe had zeer wel ter zitting van 5 november 2002 aanhouding kunnen verzoeken, teneinde de gelegenheid te krijgen de inhoud van de verdenking met de verdachte te bespreken en de verdediging voor te kunnen bereiden. Van een dergelijk verzoek van de zijde van de verdediging is het Hof uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 5 november 2002 niet gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3edd573d042e087b5514c483246e8ad66d9cac27eef88ccf56ae495836a87dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3edd573d042e087b5514c483246e8ad66d9cac27eef88ccf56ae495836a87dc, en de alinea staat in dat document op bytes 11749 tot 12135.