Citaat | Hoge Raad 16 november 2004

Alinea 30 Hoge Raad 16 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1960.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard geen kennis te hebben willen nemen van de inhoud van de dagvaarding, hoewel hij contact had met zijn raadsvrouwe die de inhoud kende. De raadsvrouwe heeft gemeend dat het niet haar taak was om haar cliënt desondanks mee te delen wat de dagvaarding inhield. Een dergelijke houding van de verdediging, die lijkt te zijn ingegeven met de bedoeling om een beroep te doen op de nietigheid van de dagvaarding en aldus de voortgang van de procedure te vertragen, dient voor rekening van de verdediging te blijven."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3edd573d042e087b5514c483246e8ad66d9cac27eef88ccf56ae495836a87dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3edd573d042e087b5514c483246e8ad66d9cac27eef88ccf56ae495836a87dc, en de alinea staat in dat document op bytes 12143 tot 12725.