Citaat | Hoge Raad 16 november 2004

Alinea 37 Hoge Raad 16 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1960.

De raadsvrouwe heeft voorts verklaard niet gemachtigd te zijn de verdediging te voeren. Daaruit volgt dat de raadsvrouwe geen van de bij de wet aan de raadsman toegekende rechten en bevoegdheden kon uitoefenen, behoudens het voeren van het woord ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte en het verzoeken van aanhouding van de behandeling van de zaak met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of ten behoeve van het verkrijgen van een machtiging als bedoeld in art. 279 Sv. Het proces-verbaal van die terechtzitting houdt niet in dat de raadsvrouwe een zodanig verzoek om aanhouding heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3edd573d042e087b5514c483246e8ad66d9cac27eef88ccf56ae495836a87dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3edd573d042e087b5514c483246e8ad66d9cac27eef88ccf56ae495836a87dc, en de alinea staat in dat document op bytes 14223 tot 14875.