Citaat | Hoge Raad 16 november 2004
Alinea 40 Hoge Raad 16 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1960.
3.4. In het midden kan blijven hetgeen het Hof heeft overwogen omtrent het verweer strekkende tot nietigverklaring van de inleidende dagvaarding. Immers dat verweer is, in aanmerking genomen dat de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting van 5 november 2002 aan hem in persoon is betekend, niet tijdig, immers eerst ter terechtzitting in hoger beroep, gevoerd (vgl. HR 12 maart 2002, NJ 2002, 317, rov. 3.27).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3edd573d042e087b5514c483246e8ad66d9cac27eef88ccf56ae495836a87dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3edd573d042e087b5514c483246e8ad66d9cac27eef88ccf56ae495836a87dc, en de alinea staat in dat document op bytes 15317 tot 15749.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c3edd573d042e087b5514c483246e8ad66d9cac27eef88ccf56ae495836a87dc | shasum -a 256