Citaat | Hoge Raad 17 december 2004
Alinea 46 Hoge Raad 17 december 2004
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR2390.
3.4 Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat het arrest van het hof niet in stand kan blijven, voor zover het de toewijzing van een voorschot op de schadevergoeding betreft. De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door deze vordering alsnog af te wijzen. Nu partijen aldus in deze procedure over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld - naast de door de voorzieningenrechter in zijn in zoverre bekrachtigde vonnis uitgesproken verbod een dakterras aan te leggen dichter dan twee meter van de erfgrens, blijft ook in stand de in cassatie niet bestreden veroordeling van [eiser] c.s. ervoor zorg te dragen dat de zijmuur van de aanbouw op een zodanige wijze wordt afgewerkt dat het verminderd woongenot van [verweerder] zo veel mogelijk wordt voorkomen - ziet de Hoge Raad aanleiding de proceskosten in de feitelijke instanties te compenseren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6891c0bbbca0975248aa8af00bc1ea23959c8eda688be22c9062b1db2ed2cca9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6891c0bbbca0975248aa8af00bc1ea23959c8eda688be22c9062b1db2ed2cca9, en de alinea staat in dat document op bytes 12470 tot 13402.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6891c0bbbca0975248aa8af00bc1ea23959c8eda688be22c9062b1db2ed2cca9 | shasum -a 256