Citaat | Hoge Raad 7 december 2004

Alinea 29 Hoge Raad 7 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3021.

4.4.2. Het Hof heeft bij de bepaling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel enerzijds ermee rekening gehouden dat de opbrengst uit het desbetreffende strafbare feit pondspondsgewijs tussen de drie mededaders is verdeeld en, anderzijds, een bedrag van € 2.042,01, zijnde het derde gedeelte van de schuld aan [persoon 1], in mindering gebracht. Dat oordeel berust hierop dat, indien de betrokkene aan de benadeelde partij de gehele vordering heeft voldaan, ieder van de beide hoofdelijk verbonden mededaders voor een derde gedeelte verplicht is in de schuld bij te dragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa4fc21e8b45949abb96c7317cfa4c5807018398205945df1f7ccaacd4584bb1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa4fc21e8b45949abb96c7317cfa4c5807018398205945df1f7ccaacd4584bb1, en de alinea staat in dat document op bytes 11538 tot 12142.