Citaat | Hoge Raad 1 oktober 2004

Alinea 24 Hoge Raad 1 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 1 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3101.

3.3. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende noch per 1 juli 1996, noch per 26 september 1996, noch per 1 oktober 1996 noch op een andere datum in 1996 de tot dan door hem gedreven onderneming geheel heeft gestaakt, dat in 1996 slechts een gedeeltelijke staking van belanghebbendes onderneming heeft plaatsgevonden en dat belanghebbende het resterende deel heeft voortgezet, zodat het bepaalde in artikel 8, lid 1, sub d, tweede volzin, van de Wet te dezen toepassing mist. Het Hof heeft voor dit oordeel redengevend geoordeeld dat belanghebbende op 26 september 1996 D heeft opgericht en op die datum zijn aandeel in de maatschap in D heeft ingebracht, dat D het klantenbestand Binnen Q per 1 oktober 1996 aan C heeft overgedragen en haar onderneming heeft verhuurd aan belanghebbende, en dat belanghebbende het tot zijn buitenvennootschappelijk vermogen behorende pand, waarin de maatschap haar werkzaamheden uitoefende en waarin belanghebbende vervolgens zijn eenmanszaak, onder dezelfde naam als die van de maatschap, is gaan uitoefenen, niet heeft ingebracht in D en de aan dit pand verbonden stille reserves niet heeft betrokken in de berekening van de winst bij het staken van de onderneming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b32d4ff071cce901056fe7b134e2627cc63e3bb7c844e14f7b854c02e5ec2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b32d4ff071cce901056fe7b134e2627cc63e3bb7c844e14f7b854c02e5ec2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 9707 tot 10923.