Citaat | Hoge Raad 1 oktober 2004
Alinea 26 Hoge Raad 1 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 1 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3101.
3.5. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat het uit de onder 3.3 weergegeven omstandigheden, in samenhang met de omstandigheden dat D reeds vier dagen na de inbreng het klantenbestand Binnen Q heeft overgedragen aan C en dat D haar onderneming geheel aan belanghebbende ging verhuren, afleidt dat D niet de (gehele) onderneming van belanghebbende heeft voortgezet, dat de onderneming van D daarmee een geheel ander karakter kreeg dan de voorheen door belanghebbende gedreven onderneming, en dat D daarmee niet voldoet aan de voorwaarden zoals die zijn gesteld in artikel 45, lid 5, letter a, sub 2, van de Wet, zodat D niet kan optreden als verzekeraar van de door belanghebbende bedongen lijfrente.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b32d4ff071cce901056fe7b134e2627cc63e3bb7c844e14f7b854c02e5ec2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b32d4ff071cce901056fe7b134e2627cc63e3bb7c844e14f7b854c02e5ec2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 11285 tot 11994.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b32d4ff071cce901056fe7b134e2627cc63e3bb7c844e14f7b854c02e5ec2c8 | shasum -a 256