Citaat | Hoge Raad 1 oktober 2004

Alinea 27 Hoge Raad 1 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 1 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3101.

3.6. Tegen het onder 3.5 vermelde oordeel richt zich middel 3 met het betoog dat artikel 45, lid 5, letter a, sub 2, van de Wet slechts spreekt van 'lijfrenten bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van een onderneming ... aan dat lichaam', en, anders dan het Hof heeft geoordeeld, geen voortzettingseis bevat, dat D zowel intentioneel als feitelijk ten minste voor een deel van de onderneming (de portefeuille Buiten Q) aan de in de wet gestelde eis voldoet, en dat de lijfrentetermijnen worden betaald uit het bedrijfsresultaat van het overnemende lichaam, zodat geen zuivere stamrecht-BV is ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b32d4ff071cce901056fe7b134e2627cc63e3bb7c844e14f7b854c02e5ec2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b32d4ff071cce901056fe7b134e2627cc63e3bb7c844e14f7b854c02e5ec2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 12014 tot 12638.