Citaat | Hoge Raad 1 oktober 2004

Alinea 28 Hoge Raad 1 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 1 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3101.

3.7. Zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 12 september 2003, nr. 37427, BNB 2003/397, heeft overwogen dient, gelet op de strekking van de bij de Wet van 12 december 1991, Stb. 697, herziene regeling voor de aftrek van premies voor lijfrenten en de uit de geschiedenis van de totstandkoming van het bij die Wet ingevoerde artikel 45, lid 5, letter a, sub 2, van de Wet blijkende bedoeling van de wetgever, onder een overdracht in de zin van die bepaling niet te worden begrepen de overdracht van (een gedeelte van) een onderneming onmiddellijk gevolgd door een tevoren overeengekomen overdracht aan een derde, omdat in een zodanig geval niet kan worden gezegd dat de persoon of het lichaam waaraan de premies worden betaald, de onderneming heeft overgenomen, en dient met een zodanig geval op één lijn te worden gesteld het geval dat bij de overdracht van (een gedeelte van) een onderneming reeds vaststaat dat die onderneming binnenkort zal worden geliquideerd of de verkoop daarvan aan een derde nagenoeg is afgerond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b32d4ff071cce901056fe7b134e2627cc63e3bb7c844e14f7b854c02e5ec2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b32d4ff071cce901056fe7b134e2627cc63e3bb7c844e14f7b854c02e5ec2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 12658 tot 13692.