Citaat | Hoge Raad 19 november 2004
Alinea 41 Hoge Raad 19 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 19 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3137.
De bank heeft de vordering bestreden. Zij heeft daartoe met name aangevoerd dat art. 54 F. niet op het onderhavige geval van toepassing is omdat de bank met Ede en Veenendaal was overeengekomen dat zij afstand zou doen van haar recht van hypotheek tegen ontvangst van het haar uit de opbrengst van de desbetreffende onroerende zaken toekomende bedrag. Bij pleidooi in eerste aanleg heeft de bank daaraan toegevoegd dat de ten processe bedoelde bedragen niet zijn betaald aan Ede - door bijschrijving op de rekening die Ede bij de bank hield - maar rechtstreeks aan de bank. De hiervoor in 3.1 onder (vi) bedoelde samenvoeging van rekeningen heeft geen zelfstandige betekenis, maar betreft een louter administratieve handeling, aldus nog steeds de bank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f5f95ccda439beb7bb4db4d465a2159875a78d85baf6f762e90474af8627035. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f5f95ccda439beb7bb4db4d465a2159875a78d85baf6f762e90474af8627035, en de alinea staat in dat document op bytes 11359 tot 12124.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f5f95ccda439beb7bb4db4d465a2159875a78d85baf6f762e90474af8627035 | shasum -a 256