Citaat | Hoge Raad 26 november 2004
Alinea 35 Hoge Raad 26 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3138.
3.2.1 Het hof heeft in zijn eindarrest, voorzover thans van belang, allereerst geoordeeld dat tussen partijen niet in geschil is dat de vordering van [eiser] op de voet van art. 3:310 leden 2 en 3 BW is verjaard. [Eiser], aldus het hof, stelt echter dat het beroep op de verjaringstermijn in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. In dit kort geding en in het debat tussen partijen staat centraal de vraag of voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter deze stelling zal volgen. (rov. 9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d09f1aa27db413cf0159cf4888b1024ae48815e547760419cd1ec142df242b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d09f1aa27db413cf0159cf4888b1024ae48815e547760419cd1ec142df242b5, en de alinea staat in dat document op bytes 8005 tot 8544.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d09f1aa27db413cf0159cf4888b1024ae48815e547760419cd1ec142df242b5 | shasum -a 256