Citaat | Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 41 Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3138.

3.2.3 Ten aanzien van gezichtspunt (e) heeft het hof in rov. 19 vastgesteld dat [eiser] erkent dat de mogelijkheden om de door het verweer opgeworpen vragen met voldoende zekerheid te beantwoorden, door het lange tijdsverloop aanzienlijk zijn beperkt. Het archief van [A] bevat daartoe kennelijk onvoldoende materiaal. Afgezien van een broer van [eiser] zijn er geen getuigen gevonden die nog in staat zijn een verklaring af te leggen. Verdere bewijsmogelijkheden bestaan er voor partijen blijkbaar niet. Voor Optimodal betekent dit dat zij, voor het geval zij op de eerder besproken essentiële vragen tot tegenbewijs zou worden toegelaten - naar aanleiding van gezichtspunt (c) was het hof tot het oordeel gekomen dat vooralsnog moet worden aangenomen dat de blootstelling van [eiser] aan asbest [A] in hoge mate kan worden verweten -, tot het leveren daarvan in redelijkheid niet in staat is. Ditzelfde geldt voor het door Optimodal (eventueel) te voeren gemotiveerd verweer tegen de stelling dat [A] geen of onvoldoende veiligheidsmaatregelen heeft getroffen. Aannemelijk is, aldus nog steeds het hof, dat, indien de vordering vóór het verstrijken van de verjaringstermijn (in 1991) was ingesteld, de mogelijkheden tot verweer groter waren geweest, aangezien toen wellicht meer getuigen beschikbaar waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d09f1aa27db413cf0159cf4888b1024ae48815e547760419cd1ec142df242b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d09f1aa27db413cf0159cf4888b1024ae48815e547760419cd1ec142df242b5, en de alinea staat in dat document op bytes 11916 tot 13240.