Citaat | Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 56 Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3138.

3.7 Onderdeel 5 klaagt dat het hof ten onrechte, althans zonder voldoende begrijpelijke motivering, doorslaggevende betekenis heeft toegekend aan zijn oordeel met betrekking tot gezichtspunt (g). Het hiervóór in 3.6 overwogene brengt mee dat het onderdeel feitelijke grondslag mist, voorzover het ervan uitgaat dat het oordeel met betrekking tot gezichtspunt (e) ten gunste van het standpunt van [eiser] zou moeten, althans (alsnog) zou kunnen uitvallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d09f1aa27db413cf0159cf4888b1024ae48815e547760419cd1ec142df242b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d09f1aa27db413cf0159cf4888b1024ae48815e547760419cd1ec142df242b5, en de alinea staat in dat document op bytes 20260 tot 20729.