Citaat | Hoge Raad 16 november 2004

Alinea 24 Hoge Raad 16 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3225.

Ik kon op een gegeven moment de telefoon pakken en naar de keuken vluchten. Daar heb ik de politie gebeld. De politie zei dat ze zou komen. [Het slachtoffer] kwam me achterna. In de keuken probeerde hij me te stompen en me het zwijgen op te leggen, hij had zijn handen om mijn nek. Zo is het altijd geweest. Aangiften moest ik altijd weer intrekken van [het slachtoffer]. Hij deed altijd zo, een mes gebruikte hij niet. Ik kon niet tegen hem op. Ik was niet buiten bewustzijn. Ik beschermde altijd mijn goede oor en mijn buik met mijn handen. Ik heb geprobeerd me los te rukken, ik had mijn handen vrij en heb achter me getast. Ik wist niet dat er een mes achter me lag en ik had die avond geen mes in het foedraal van mijn riem. Het mes moet in de keuken, vlakbij de gootsteen en de vensterbank waar ik op dat moment stond, hebben gelegen. Ik pakte een voorwerp. Ik weet niet of het mes uitgeklapt was, dat moet wel. Vlak nadat ik de politie had gebeld, heb ik [betrokkene 1] gebeld. De wurgsporen heb ik niet laten zien aan de politie. U vraagt mij of het die avond anders was dan anders. Ik antwoord daarop: in principe was het niet anders dan anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2841bfd8975987cd418aafcca8ff806fa14b69f21952bd9e5a8daf442401ea3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2841bfd8975987cd418aafcca8ff806fa14b69f21952bd9e5a8daf442401ea3, en de alinea staat in dat document op bytes 8381 tot 9548.