Citaat | Hoge Raad 16 november 2004
Alinea 33 Hoge Raad 16 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3225.
3.3. Het Hof heeft de verklaring van de verdachte omtrent de toedracht van het feit opgenomen in zijn hiervoor weergegeven overwegingen. Aldus heeft het Hof het door de verdachte aangevoerde, waaronder de stelling dat - kort gezegd - [het slachtoffer] haar trachtte te wurgen, kennelijk als vaststaand aangenomen. Voorts heeft de verdachte desgevraagd verklaard dat het die avond "in principe niet anders (was) dan anders" en heeft het Hof overwogen dat bij eerdere incidenten het gedrag van [het slachtoffer] een aantal malen als agressief is omschreven, doch dat er nimmer sprake was van een levensbedreigende situatie. Echter, het ontbreken van een levensbedreigende situatie bij eerdere gelegenheden sluit op zichzelf niet uit dat er toen wel sprake was van een noodweersituatie en nog minder dat een noodweersituatie is ontstaan ten tijde van het tenlastegelegde feit. Gelet op het voorgaande is het oordeel van het Hof dat niet aannemelijk is dat er ten tijde van het handelen van de verdachte sprake was van een situatie waarin zij zich onmiddellijk moest verdedigen tegen het handelen van [het slachtoffer], niet begrijpelijk. De verwerping van het verweer is dus niet toereikend gemotiveerd, zodat het middel in zoverre terecht is voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2841bfd8975987cd418aafcca8ff806fa14b69f21952bd9e5a8daf442401ea3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2841bfd8975987cd418aafcca8ff806fa14b69f21952bd9e5a8daf442401ea3, en de alinea staat in dat document op bytes 12361 tot 13626.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2841bfd8975987cd418aafcca8ff806fa14b69f21952bd9e5a8daf442401ea3 | shasum -a 256