Citaat | Hoge Raad 16 november 2004
Alinea 29 Hoge Raad 16 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3264.
3.4. Blijkens haar hiervoor onder 3.2 weergegeven overwegingen heeft de Rechtbank geoordeeld dat een bevel tot bewaring, dat niet kan worden gegeven met het oog op de inbeslagneming van verboden voorwerpen, achterwege dient te blijven indien ten tijde van de beslissing ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de verdachte niet zal worden vervolgd voor het feit ter zake waarvan de bewaring is gevorderd. Dat oordeel is juist. Dan doet zich immers het in art. 67a, derde lid, Sv omschreven geval voor dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd. Het eerste middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7cfcdd47a918299e04148bb0cda68b334c5ce772577bf7866dbdf36aedf6a68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7cfcdd47a918299e04148bb0cda68b334c5ce772577bf7866dbdf36aedf6a68, en de alinea staat in dat document op bytes 11819 tot 12596.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7cfcdd47a918299e04148bb0cda68b334c5ce772577bf7866dbdf36aedf6a68 | shasum -a 256