Citaat | Hoge Raad 16 november 2004
Alinea 30 Hoge Raad 16 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3264.
3.5. De Rechtbank heeft feitelijk vastgesteld dat het beleid van het openbaar ministerie ten tijde van de beoordeling van de vordering inhield dat een op de luchthaven Schiphol aangehouden drugskoerier, zoals de verdachte in deze zaak, niet werd vervolgd indien - kort gezegd - hij minder dan drie kilogram cocaïne had ingevoerd en er geen sprake was van recidive. Uitgaande van deze vaststelling, die - gelet op het van het verhandelde in raadkamer opgemaakte proces-verbaal - niet onbegrijpelijk is, heeft de Rechtbank zonder blijk te geven van miskenning van de in de art. 167 en 242 Sv aan het openbaar ministerie toegekende bevoegdheden kunnen oordelen "dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat verdachte niet voor dit feit zal worden vervolgd". Ook het tweede middel faalt dus.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7cfcdd47a918299e04148bb0cda68b334c5ce772577bf7866dbdf36aedf6a68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7cfcdd47a918299e04148bb0cda68b334c5ce772577bf7866dbdf36aedf6a68, en de alinea staat in dat document op bytes 12616 tot 13438.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7cfcdd47a918299e04148bb0cda68b334c5ce772577bf7866dbdf36aedf6a68 | shasum -a 256