Citaat | Hoge Raad 26 oktober 2004
Alinea 28 Hoge Raad 26 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 26 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3267.
2. Verdachte heeft bij de politie op 31 oktober 2000 (p. 110) verklaard dat zij op de avond in april 2000 voorafgaande aan hun vertrek naar de Verenigde Staten evenals [medeverdachte 1] een XTC pil kreeg. In de pil was het vrijheidsbeeld ingedrukt. Ze namen beiden de pil in. Nadat ze deze pil had ingenomen voelde ze dat ze energie kreeg en werd ze als het ware wakker. Op een gegeven moment moesten ze beiden overgeven. Zij denkt dat het kwam door de XTC pil die zij hadden ingenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1758dbe446bdbfa1385943ccf32832f808f78aab034771523b2b3da09373164. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1758dbe446bdbfa1385943ccf32832f808f78aab034771523b2b3da09373164, en de alinea staat in dat document op bytes 8819 tot 9319.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f1758dbe446bdbfa1385943ccf32832f808f78aab034771523b2b3da09373164 | shasum -a 256