Citaat | Hoge Raad 26 oktober 2004

Alinea 29 Hoge Raad 26 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 26 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3267.

3. [Medeverdachte 1] heeft op 7 september 2000 verklaard (p. 091) dat zij en [verdachte] in april 2000 voor hun vertrek naar de Verenigde Staten ieder een pil kregen, een Liberty. Daaronder moet volgens haar verstaan worden een witte pil met het opdruk van het vrijheidsbeeld. Zij voelde aan de reactie dat het XTC was. De reactie was heftig. Voorts heeft ze op 17 oktober 2000 (p. 094) verklaard dat zijzelf en [verdachte] in april 2000 pillen op het lichaam kregen. Zij en [verdachte] hebben er allebei één van gebruikt en ze merkte dat de pil goed werkte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1758dbe446bdbfa1385943ccf32832f808f78aab034771523b2b3da09373164. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1758dbe446bdbfa1385943ccf32832f808f78aab034771523b2b3da09373164, en de alinea staat in dat document op bytes 9339 tot 9912.