Citaat | Hoge Raad 23 november 2004
Alinea 18 Hoge Raad 23 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3280.
"Ik blijf bij het feit dat ik vanaf 1995 tot en met 2001 zelfstandig functioneer en bij [medeverdachte] een kamer huur. Ik ben ervan overtuigd dat ik niet samenwonend ben. Ik heb de afgelopen nacht in mijn eigen bed op mijn eigen kamer geslapen (opm. zie pv bevindingen: Bed rook fris / zag er onbeslapen uit / bed van [medeverdachte] was aan beide zijden 'beslapen'). Wat [medeverdachte] vertelt moet zij zelf weten; zij is gemakkelijk te beïnvloeden. Als je wilt kun je haar alles laten verklaren. Het formulier dat u mij toont herken ik als datgene wat ik in 1994 heb ingediend bij de SVB. Het is ingevuld door [betrokkene 1] van het adm. kantoor [A]. Wat ik wel weet is dat ik het formulier heb ondertekend. U zegt mij dat er enkele dingen op het formulier weer weggehaald zijn. Dat zal wel, daar heb ik niets mee te maken. De huurovereenkomst die u mij toont herken ik wel. Wie deze heeft opgemaakt weet ik niet. De handtekeningen herken ik wel, die zijn van mij en [medeverdachte]."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd94b08038f34aed7074cbcfd7c22027b1136aa1c69d5de7d9d81fcddf5ce0f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd94b08038f34aed7074cbcfd7c22027b1136aa1c69d5de7d9d81fcddf5ce0f5, en de alinea staat in dat document op bytes 7851 tot 8853.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd94b08038f34aed7074cbcfd7c22027b1136aa1c69d5de7d9d81fcddf5ce0f5 | shasum -a 256