Citaat | Hoge Raad 23 november 2004

Alinea 20 Hoge Raad 23 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3280.

"De politierechter acht de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig op het punt dat het bed niet door hem en de medeverdachte [medeverdachte] is beslapen. Van een huurovereenkomst zoals door verdachte gesteld is de politierechter niet gebleken. Uit hetgeen uit de bewijsmiddelen blijkt is er wel degelijk sprake van een economische eenheid."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd94b08038f34aed7074cbcfd7c22027b1136aa1c69d5de7d9d81fcddf5ce0f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd94b08038f34aed7074cbcfd7c22027b1136aa1c69d5de7d9d81fcddf5ce0f5, en de alinea staat in dat document op bytes 9137 tot 9494.