Citaat | Hoge Raad 23 november 2004
Alinea 21 Hoge Raad 23 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3280.
3.3. In de onder 3.2.2 weergegeven overweging heeft het Hof te kennen gegeven welke delen van de bedoelde verklaring van de verdachte het ongeloofwaardig achtte en daarmee kennelijk tot uitdrukking gebracht dat het die delen van de verklaring, als niet redengevend, terzijde heeft gesteld. Aldus heeft het Hof de in het middel bedoelde delen van de verklaring niet gebezigd tot het bewijs van de aan de verdachte tenlastegelegde feiten, zodat de klacht bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie kan leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd94b08038f34aed7074cbcfd7c22027b1136aa1c69d5de7d9d81fcddf5ce0f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd94b08038f34aed7074cbcfd7c22027b1136aa1c69d5de7d9d81fcddf5ce0f5, en de alinea staat in dat document op bytes 9532 tot 10063.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd94b08038f34aed7074cbcfd7c22027b1136aa1c69d5de7d9d81fcddf5ce0f5 | shasum -a 256