Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2004
Alinea 24 Hoge Raad 8 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3495.
3.7. Belanghebbendes niet door het Hof behandelde grieven falen. Uit het hiervoor in 3.5 overwogene volgt dat er geen grond is voor het oordeel dat de Verordening in strijd is met enig algemeen rechtsbeginsel. In artikel 9 van de Verordening is bepaald dat in geval van onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van de Verordening mochten voordoen, aan de heffing van leges onderhevige diensten tegen een door GS te bepalen lager bedrag of kosteloos kunnen worden verleend. Deze bevoegdheid komt niet toe aan de rechter, maar is voorbehouden aan GS (vgl. HR 29 maart 2002, nr. 36513, BNB 2002/174).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a17eb3cab40c24939cccdd42054a9afa783e75b62b1ae4ae18556d67f611b293. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a17eb3cab40c24939cccdd42054a9afa783e75b62b1ae4ae18556d67f611b293, en de alinea staat in dat document op bytes 12791 tot 13424.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a17eb3cab40c24939cccdd42054a9afa783e75b62b1ae4ae18556d67f611b293 | shasum -a 256