Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2004
Alinea 20 Hoge Raad 8 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3513.
3.1.4. Op 12 januari 1998 heeft de Stichting aan A een krediet verstrekt van maximaal ƒ 3.000.000 tegen een rente van twee percent boven het promessedisconto van De Nederlandsche Bank N.V. met een minimum van zes percent. Het krediet is praktisch geheel aangewend voor de verbouwing van hotelkamers door A. In het onderhavige jaar heeft A aan de Stichting ƒ 111.676 aan rente betaald. Bij het vaststellen van de aanslag heeft de Inspecteur de op het onderhavige jaar betrekking hebbende rente niet in aftrek toegelaten. Hij heeft zich daarbij primair op het standpunt gesteld dat, nu sprake is van een in feite direct of indirect schuldig gebleven winstuitdeling, het eerste lid van artikel 10a van de Wet van toepassing is. Subsidiair heeft de Inspecteur betoogd dat de geldlening verband houdt met de dividenduitkering, zodat het tweede lid van artikel 10a van de Wet van toepassing is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b533e4d5eaadadced39859003f499baa24a01442e2f2724496be1a4f940ce5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b533e4d5eaadadced39859003f499baa24a01442e2f2724496be1a4f940ce5c, en de alinea staat in dat document op bytes 8125 tot 9029.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6b533e4d5eaadadced39859003f499baa24a01442e2f2724496be1a4f940ce5c | shasum -a 256