Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2004
Alinea 21 Hoge Raad 8 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3520.
3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat voor de waardebepaling van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de optieovereenkomst beide samenstellende delen, te weten de call- en de putoptie, tezamen moeten worden bezien. Hiervan uitgaande heeft het Hof geoordeeld dat de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de optieovereenkomst voor belanghebbende een waarde heeft van ten minste ƒ 385.000. Nu door belanghebbende geen vergoeding voor het schrijven van de calloptie is bedongen is, aldus het Hof, sprake van een bevoordeling van B door belanghebbende. Ook is naar het oordeel van het Hof voldaan aan de overige vereisten voor het aannemen van een uitdeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ba7ef2dfee13dd0a040ad85b784ad165023e692f848e8f0b912e2b557d6eb79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ba7ef2dfee13dd0a040ad85b784ad165023e692f848e8f0b912e2b557d6eb79, en de alinea staat in dat document op bytes 7951 tot 8630.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ba7ef2dfee13dd0a040ad85b784ad165023e692f848e8f0b912e2b557d6eb79 | shasum -a 256