Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2004

Alinea 24 Hoge Raad 8 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3520.

In het onderhavige geval is de uitoefenprijs van zowel de call- als de putoptie gelijk aan de aanschafprijs van het pand en zijn voorts de overige voorwaarden waaronder de optieovereenkomst is gesloten ten aanzien van zowel de call- als de putoptie dezelfde. Deze feiten laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat, uitgaande van zakelijk handelende partijen, na ommekomst van de looptijd van de optieovereenkomst de eigendom van het pand bij B zal berusten en belanghebbende voor het pand de koopsom zal hebben ontvangen. Hiervan uitgaande valt zonder nadere motivering, welke evenwel ontbreekt, niet in te zien waarom aan de optieovereenkomst een waarde van ten minste ƒ 385.000 dient te worden toegekend. Het vermogensverlies van belanghebbende bestaat immers naast het te verwachten verlies op het pand ten bedrage van ƒ 20.500 uitsluitend uit het rendement op het pand voor zover dat lager is dan een redelijke vergoeding voor het voor het pand opgeofferde kapitaal. Derhalve had het Hof bij de beoordeling van de zakelijkheid van de transactie dienen te onderzoeken of de overeengekomen huur ten bedrage van bijna acht percent van de aanschafkosten van het pand, mede gelet op de overige voorwaarden waaronder de huurovereenkomst is gesloten, als een zodanige redelijke vergoeding kan worden aangemerkt. Nu het Hof zulks niet heeft gedaan, is zijn uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het middel is in zoverre derhalve terecht voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ba7ef2dfee13dd0a040ad85b784ad165023e692f848e8f0b912e2b557d6eb79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ba7ef2dfee13dd0a040ad85b784ad165023e692f848e8f0b912e2b557d6eb79, en de alinea staat in dat document op bytes 9637 tot 11117.