Citaat | Hoge Raad 21 december 2004
Alinea 21 Hoge Raad 21 december 2004
Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3687.
Het hof verwerpt dit verweer, aangezien geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden, die de conclusie zouden kunnen rechtvaardigen dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de verdachte door anderen naar aanleiding waarvan de verdachte geschoten zou hebben. Aan de hand van de processtukken en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof geen duidelijkheid kunnen verkrijgen omtrent hetgeen (kort) vóór het schieten door de verdachte in de woonwagen is voorgevallen. Weliswaar is aannemelijk geworden dat ook van de zijde van de groep personen, met wie de verdachte werd geconfronteerd, is geschoten, maar niet aannemelijk is geworden dat het initiatief tot het gebruiken van vuurwapengeweld niet bij de verdachte heeft gelegen. Uit het door het hof als bewijsmiddel gebezigde proces-verbaal nr. TMASC51A006 (inhoudende de weergave van een via een open telefoonlijn afgeluisterd gesprek van de familie [van betrokkene 1] op 25 september 2000) blijkt immers dat volgens de getuige [betrokkene 1] de verdachte als eerste heeft geschoten. Onder die omstandigheden faalt een beroep op noodweer, en derhalve ook een beroep op noodweerexces."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0cc2b066b09290841fd67ba76292735a3062c9f4a5aa4c9a261c5ab88cef158. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0cc2b066b09290841fd67ba76292735a3062c9f4a5aa4c9a261c5ab88cef158, en de alinea staat in dat document op bytes 8255 tot 9466.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0cc2b066b09290841fd67ba76292735a3062c9f4a5aa4c9a261c5ab88cef158 | shasum -a 256