Citaat | Hoge Raad 7 december 2004
Alinea 11 Hoge Raad 7 december 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3709.
Het Hof heeft in hoger beroep - behalve ten aanzien van de bewijsvoering, de kwalificatie, de strafoplegging en de overwegingen van de eerste rechter omtrent de geldigheid van de inleidende dagvaarding en de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in zijn strafvervolging - bevestigd een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Breda van 26 juni 2001, waarbij de verdachte is veroordeeld. Het Hof heeft de verdachte ter zake van 1. "deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven", 2. "opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd" en 3. "valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tezamen en in vereniging met een ander de feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd" veroordeeld tot 23 maanden gevangenisstraf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a3daa7a4808d426eedc96c96d840eb73c2d900511b468e483f4b3fad93f0e23. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a3daa7a4808d426eedc96c96d840eb73c2d900511b468e483f4b3fad93f0e23, en de alinea staat in dat document op bytes 4969 tot 6057.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a3daa7a4808d426eedc96c96d840eb73c2d900511b468e483f4b3fad93f0e23 | shasum -a 256