Citaat | Hoge Raad 7 december 2004

Alinea 24 Hoge Raad 7 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3709.

Bij de beoordeling van de redelijkheid van de termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM, geldt als uitgangspunt dat, behoudens bijzondere omstandigheden, de behandeling van de strafzaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren na het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a3daa7a4808d426eedc96c96d840eb73c2d900511b468e483f4b3fad93f0e23. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a3daa7a4808d426eedc96c96d840eb73c2d900511b468e483f4b3fad93f0e23, en de alinea staat in dat document op bytes 8182 tot 8732.