Citaat | Hoge Raad 30 november 2004
Alinea 11 Hoge Raad 30 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3731.
Het Hof heeft in hoger beroep - het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging ten aanzien van het onder 3 (tweede deel) tenlastegelegde en voorts met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 6 februari 2002 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 3 (eerste gedeelte) tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1. "het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl verdachte aan die organisatie leiding heeft gegeven" en 2. "medeplegen van opzettelijk een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod overtreden, meermalen gepleegd" veroordeeld tot drie jaren gevangenisstraf waarvan een jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een geldboete van € 45.450,--, subsidiair een jaar hechtenis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9541e2b0f9781e2ed2cf302274ea8be47f44ed85985dd91357457d4270bdc30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9541e2b0f9781e2ed2cf302274ea8be47f44ed85985dd91357457d4270bdc30, en de alinea staat in dat document op bytes 4786 tot 5645.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9541e2b0f9781e2ed2cf302274ea8be47f44ed85985dd91357457d4270bdc30 | shasum -a 256