Citaat | Hoge Raad 30 november 2004

Alinea 22 Hoge Raad 30 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3731.

4.3. In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat het Hof heeft miskend dat in de appèlfase het geding in beginsel met een einduitspraak behoort te zijn afgerond binnen een termijn van zestien maanden indien de verdachte in voorlopige hechtenis verkeert (vgl. HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721 rov. 3.16). Aan dat betoog ligt de opvatting ten grondslag dat ook indien de voorlopige hechtenis is geschorst - zoals hier het geval is - een verdachte in voorlopige hechtenis verkeert, als in dat arrest bedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9541e2b0f9781e2ed2cf302274ea8be47f44ed85985dd91357457d4270bdc30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9541e2b0f9781e2ed2cf302274ea8be47f44ed85985dd91357457d4270bdc30, en de alinea staat in dat document op bytes 7698 tot 8225.