Citaat | Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 49 Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4062.

3.2 In dit geding heeft [eiser] de hiervoor in 1 vermelde vorderingen ingesteld. Hij baseerde zich daartoe, kort gezegd, op het volgende. Bij de berekening van zijn bruto jaarinkomen is het door hem verrichte overwerk niet meegerekend. Dit overwerk was structureel en is door [eiser] niet vrijwillig verricht. Nu partijen het ter gelegenheid van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet erover eens konden worden of dit overwerk mede dient te worden begrepen in de aan [eiser] toe te kennen beëindigingsvergoeding en, zoals hiervoor in 3.1 onder (vii) is overwogen, het door [eiser] gedane beroep op de hardheidsclausule niet tot een uitspraak heeft geleid van de centrale begeleidingscommissie, en evenmin van het centraal overleg, dient Douwe Egberts door de rechter te worden veroordeeld hem een met dit overwerk overeenstemmende aanvullende vergoeding te betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6000c1d3a17517bba6423b7c1ed75ec4864ff42be7d9bc19024a34a9264f3cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6000c1d3a17517bba6423b7c1ed75ec4864ff42be7d9bc19024a34a9264f3cd, en de alinea staat in dat document op bytes 13438 tot 14326.