Citaat | Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 55 Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4062.

3.5 In het onderhavige geval gaat het in de kern om de vraag of het de werknemer vrijstaat, met een beroep op de met zijn werkgever gesloten beëindigingsovereenkomst, het tussen partijen bestaande geschil over de hoogte van het brutoloon van de werknemer dat - mede - als grondslag dient voor de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding als bedoeld in art. 7:685 BW, te doen beslechten in een tweede procedure, na het uitspreken van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6000c1d3a17517bba6423b7c1ed75ec4864ff42be7d9bc19024a34a9264f3cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6000c1d3a17517bba6423b7c1ed75ec4864ff42be7d9bc19024a34a9264f3cd, en de alinea staat in dat document op bytes 17696 tot 18215.