Citaat | Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 57 Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4062.

3.6 Hoewel het middel in zoverre dus gegrond is, kan het niet tot cassatie leiden omdat [eiser] daarbij geen belang heeft. De hiervoor in 3.1 onder (ii) geciteerde artikelen 2.4 en 2.5 van de beëindigingsovereenkomst laten immers geen andere uitleg toe dan dat [eiser] slechts dan een vordering op Douwe Egberts heeft, als zulks in de daar bedoelde procedure is komen vast te staan. Omdat deze procedure niet tot een voor [eiser] gunstig resultaat heeft geleid, had de rechtbank weliswaar [eiser] in zijn vordering moeten ontvangen, maar deze vervolgens moeten afwijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6000c1d3a17517bba6423b7c1ed75ec4864ff42be7d9bc19024a34a9264f3cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6000c1d3a17517bba6423b7c1ed75ec4864ff42be7d9bc19024a34a9264f3cd, en de alinea staat in dat document op bytes 18747 tot 19331.