Citaat | Hoge Raad 17 december 2004

Alinea 41 Hoge Raad 17 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4151.

3.2.1 [Verweerder] heeft aan zijn hiervoor onder 1 vermelde vordering tegen Ampatil ten grondslag gelegd dat [betrokkene 1] in strijd met art. 12 lid 3 van de overeenkomst heeft gehandeld door delen van zijn belangen in PFI en PFB aan derden te verkopen - namelijk door de verkoop van aandelen Ampatil - zonder die eerst aan Jowo Beheer B.V. aan te bieden, alsmede dat hij de vordering tot betaling van de boete gecedeerd heeft gekregen van Jowo Beheer B.V. De rechtbank heeft de vorderingen tegen Ampatil en [betrokkene 1] afgewezen op grond van haar oordeel dat toepassing van de boetebepaling van art. 12 lid 5 van de overeenkomst in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daartoe overwoog zij dat [verweerder] niet (voldoende) de stellingen van Ampatil en [betrokkene 1] had weersproken dat, kort gezegd, de aandelentransactie noodzakelijk was door ernstige financiële problemen van PFI en PFB, wier bankkrediet was opgezegd, en geëist werd door de kredietverschaffende bank in het kader van een pakket reddingsmaatregelen, waarvan ook deel uitmaakte de directe participatie in PFI en PFB van [betrokkene 3] en de aan hem verbonden vennootschappen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd7d4aaccbffb8e37cfd35b0bf459a333ef60e85551cf098ed6a7a897464903b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd7d4aaccbffb8e37cfd35b0bf459a333ef60e85551cf098ed6a7a897464903b, en de alinea staat in dat document op bytes 9642 tot 10863.