Citaat | Hoge Raad 17 december 2004

Alinea 42 Hoge Raad 17 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4151.

3.2.2 [Verweerder] is van dit vonnis in hoger beroep gegaan. Hij voerde, evenals in eerste aanleg, aan, voorzover in cassatie van belang, dat het beding van art. 12 lid 3 niet enkel een anti-speculatiebeding is, maar is opgenomen mede om te voorkomen dat zijn gewezen zwager [betrokkene 3] bij Ampatil betrokken zou raken. Voorts voerde hij aan dat de rechtbank ten onrechte niet de nodige terughoudendheid had betracht bij de beoordeling of het toepassen van het boetebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het hof heeft Ampatil bij tussenarrest in de gelegenheid gesteld de juistheid te bewijzen van haar stelling dat art. 12 lid 3 louter een anti-speculatiebeding inhoudt. Nadat het had geoordeeld dat Ampatil in dat bewijs niet was geslaagd (rov. 7.1) en dat in strijd met die bepaling is gehandeld, zodat Ampatil als koper in beginsel de niet voor matiging vatbare boete van ƒ 1.000.000,-- heeft verbeurd (rov. 7.2), heeft het de grieven, gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat toepassing van art. 12 lid 5 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht, gegrond geoordeeld. Het hof heeft daartoe overwogen dat het partijen bij een overeenkomst vrijstaat een hoge boete te stellen op niet-nakoming, en dat de door Ampatil aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn om het beding van art. 12 lid 5 opzij te zetten (rov. 7.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd7d4aaccbffb8e37cfd35b0bf459a333ef60e85551cf098ed6a7a897464903b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd7d4aaccbffb8e37cfd35b0bf459a333ef60e85551cf098ed6a7a897464903b, en de alinea staat in dat document op bytes 10883 tot 12305.