Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 21 Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4528.

3.3. Voorzover het middel is gericht tegen het oordeel van het Hof dat de ten behoeve van de onderneming van de echtgenote van belanghebbende ter beschikking staande kamers - naar het Hof kennelijk bedoelt: voorzover die mede worden gebruikt ten behoeve van de onderneming van de echtgenote - geen deel uitmaken van een eigen woning in de zin van artikel 42a van de Wet, faalt het eveneens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de5773173dfef012f18a215efa20244e5db70b1c7fbb1512680dfedd7a18d9f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de5773173dfef012f18a215efa20244e5db70b1c7fbb1512680dfedd7a18d9f3, en de alinea staat in dat document op bytes 8755 tot 9158.