Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 23 Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4528.

3.4.1. Voor het Hof was voorts in geschil of de Inspecteur de economische huurwaarde van de ter beschikking gestelde kamers, verminderd met de kosten daarvan, terecht heeft gerekend tot de inkomsten van belanghebbende. Opmerking verdient hierbij dat 's Hofs vaststellingen dat de Inspecteur zich primair op het standpunt heeft gesteld dat er geen huurovereenkomst is gesloten dan wel dat deze fiscaal gezien geen betekenis heeft en dat belanghebbende subsidiair het standpunt heeft ingenomen dat de primair door hem gestelde huurovereenkomst en de op grond daarvan genoten inkomsten buiten beschouwing moeten blijven indien de vrijstelling niet van toepassing is, berusten op een aan het Hof voorbehouden uitlegging van de gedingstukken, die niet onbegrijpelijk is. In dat licht is het Hof, nadat het - zoals uit het hiervoor onder 3.2.2 overwogene volgt: met juistheid - de vrijstelling niet van toepassing had geoordeeld, terecht ervan uitgegaan dat, overeenkomstig dat primaire standpunt van de Inspecteur en dat subsidiaire standpunt van belanghebbende, geen huurovereenkomst gold tussen belanghebbende en zijn echtgenote, en heeft het terecht het door de echtgenote van belanghebbende betaalde bedrag van ƒ 6144 buiten beschouwing gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de5773173dfef012f18a215efa20244e5db70b1c7fbb1512680dfedd7a18d9f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de5773173dfef012f18a215efa20244e5db70b1c7fbb1512680dfedd7a18d9f3, en de alinea staat in dat document op bytes 9685 tot 10943.