Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 24 Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4528.
3.4.2. Het Hof heeft, mede gelet op zijn in cassatie tevergeefs bestreden oordeel dat de kamers geen deel uitmaken van de eigen woning in de zin van artikel 42a van de Wet en zijn in cassatie niet bestreden vaststelling dat belanghebbende het gebruik van de kamers, voor wat betreft zijn aandeel daarin, door de echtgenote ten behoeve van de onderneming heeft gedoogd, met juistheid geoordeeld dat uit de kamers voordelen zijn getrokken welke in aanmerking dienen te worden genomen naar de economische huurwaarde van de kamers, verminderd met de voor aftrek in aanmerking komende kosten en afschrijving, en voorts dat deze inkomsten op de voet van artikel 5 van de Wet volledig bij belanghebbende in aanmerking worden genomen (vgl. HR 26 augustus 1998, nr. 32664, BNB 1998/330). Daarop stuiten ook de overige klachten van het middel af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de5773173dfef012f18a215efa20244e5db70b1c7fbb1512680dfedd7a18d9f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de5773173dfef012f18a215efa20244e5db70b1c7fbb1512680dfedd7a18d9f3, en de alinea staat in dat document op bytes 10963 tot 11813.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de5773173dfef012f18a215efa20244e5db70b1c7fbb1512680dfedd7a18d9f3 | shasum -a 256