Citaat | Hoge Raad 14 december 2004
Alinea 25 Hoge Raad 14 december 2004
Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4901.
3.4. Voorzover het middel betoogt dat het Hof ontoereikend gemotiveerd tot een vrijspraak is gekomen, moet worden voorop gesteld dat de door het Hof voor de vrijspraak gegeven motivering in cassatie slechts op haar begrijpelijkheid kan worden getoetst. Voorts geldt dat in geval het Hof op grond van de aan hem voorbehouden beslissing inzake de selectie en waardering van het bewijsmateriaal tot de slotsom komt dat vrijspraak moet volgen, dit oordeel geen nadere motivering behoeft en in cassatie niet met vrucht kan worden bestreden. Dat betekent ook dat een nadere motivering van een vrijspraak de gegeven beslissing niet onbegrijpelijk maakt doordat het beschikbare bewijsmateriaal - al dan niet op grond van een andere uitleg van gegevens van feitelijke aard - een andere (bewijs)beslissing toelaat (vgl. HR 4 mei 2004, NJ 2004, 480). Ook in zoverre faalt het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d23a77ff0bc78cc8858398e02cd846b402366f5752ac220d56fff8ce4a75313a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d23a77ff0bc78cc8858398e02cd846b402366f5752ac220d56fff8ce4a75313a, en de alinea staat in dat document op bytes 8481 tot 9366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d23a77ff0bc78cc8858398e02cd846b402366f5752ac220d56fff8ce4a75313a | shasum -a 256