Citaat | Hoge Raad 14 december 2004

Alinea 26 Hoge Raad 14 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4901.

3.5. Tenslotte bevat het middel de klacht dat het Hof ten onrechte tot een vrijspraak is gekomen in plaats van een nader onderzoek te gelasten, althans zijn (impliciete) oordeel dat nader onderzoek niet noodzakelijk is ten onrechte niet heeft gemotiveerd. Ook die klacht kan niet tot cassatie leiden, omdat de stelling dat het Hof - in het licht van zijn oordeel over het voorhanden zijnde bewijsmateriaal - gehouden was nader onderzoek te gelasten alvorens tot een einduitspraak te komen, geen steun vindt in het recht, evenmin als de stelling dat het Hof - nu er geen sprake was van een vordering of verzoek daartoe -zijn impliciete oordeel dat nader onderzoek niet noodzakelijk is, ambtshalve had dienen te motiveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d23a77ff0bc78cc8858398e02cd846b402366f5752ac220d56fff8ce4a75313a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d23a77ff0bc78cc8858398e02cd846b402366f5752ac220d56fff8ce4a75313a, en de alinea staat in dat document op bytes 9386 tot 10120.